Aanbod Stint-leverancier valt verkeerd

Aanbod Stint-leverancier valt verkeerd

Stint-baas Edwin Renzen wil, aldus De Telegraaf vanochtend, dat kinderdagverblijf Het Kinderstraatje in Almere afziet van het kort geding tegen minister Cora van Nieuwenhuizen. Dat bevestigde Renzen aan de krant. Daarvoor in ruil beloofde hij aan Michelle van Zundert, eigenaar van Het Kinderstraatje, het nieuwste exemplaar van de Stint in 2019. Als het bedrijf dan nog zou bestaan, voegde hij er aan toe. Indirect zijn taxi- en contractvervoerders ook betrokken bij deze discussie, want vaak worden ‘de dure taxibusjes’ als reden genoemd voor het inzetten van Stints – veelal door vrijwilligers.

Vorige week spande Het Kinderstraatje een kort geding aan tegen de minister vanwege het Stint-verbod. De bewindsvrouw deed het vervoermiddel in de ban nadat uit onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) was gebleken dat de kar op hol kan slaan. Dat onderzoek was gestart na de fatale botsing met een trein in Oss op 20 september, waarbij vier kinderen in een Stint om het leven kwamen. Van dat voertuig was drie keer de accu vervangen, eenmaal de gashendel.

Zonder Stint moet Het Kinderstraatje ander vervoer voor de kinderen regelen, wat extra kosten met zich meebrengt. Lopen met de kinderen is geen optie voor Van Zundert, vanwege de gevaarlijke verkeerssituaties die daardoor volgens haar ontstaan. Haar jurist Werner van Bentem eist dat de Stint weer de weg op mag en wil anders een schadevergoeding zien.

Renzen wil het Stint-verbod juist met dialoog bestrijden en na een gedegen voorbereiding om tafel met het ministerie. Hij ziet het kort geding als iets dat daarbij ’verstorend werkt’. “Ik denk dat de gemoederen dan nog hoger oplopen. Het laatste wat we nodig hebben is dat iedereen op scherp staat. Dat heb ik voorgelegd aan Michelle.”

De Stint-bedenker legt uit dat zijn bedrijf al twee jaar werkt aan een ’nieuwe’ Stint en dat die in september 2019 op de markt kan komen, als het bedrijf dan nog bestaat. Hij erkent dat hij aan Van Zundert zo’n nieuwe Stint toezegde als zij het kort geding in de ijskast zet. “Daarbij heb ik eerlijk gezegd: als die toekomst erin zit. Dus hoe erg omkopen is het als je de zekerheid wegneemt?”, zegt hij. “Ik heb het puur uit sympathie gezegd. Als dat zo geïnterpreteerd wordt dat ik haar met geld wil omkopen, wauw. Het was echt niet de bedoeling om haar onder enige vorm van druk te zetten.”

Jurist Van Bentem gelooft niet in onderhandelen. Hij zet het kort geding door, ook uit principe. “Wat Renzen doet, lijkt op omkoping.” Hij houdt er rekening mee dat Renzen vreest voor schadeclaims, en daarom tegen het kort geding is. Ook vindt hij diens redenering vreemd: „Renzen roept eerst dat zijn bedrijf nog maar een week of vier kan voortbestaan, maar nu wil hij onderhandelen met het ministerie, wat maanden kan duren. Ondertussen moeten kinderdagverblijven het maar zien te redden zonder Stints.”

Met het kort geding wil Van Bentem er ook achter komen wie aansprakelijk kan worden gesteld. Hij zet vraagtekens bij de reden van het verbod. Volgens hem is ook het ministerie bang voor schadeclaims van de kinderdagverblijven.

  • Aanbod Stint-leverancier valt verkeerd.

Een reactie plaatsen

css.php