Concurrentiewaakhond ACM geeft NS boete van 41 miljoen om misbruik marktpositie in Limburgse aanbesteding

Concurrentiewaakhond ACM geeft NS boete van 41 miljoen om misbruik marktpositie in Limburgse aanbesteding

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft het vervoersbedrijf NS een boete van bijna 41 miljoen euro (€ 40.950.000) opgelegd voor de fraude in de Limburgse OV-aanbesteding. De fraude in dat aanbestedingsproces pakt daarmee duur uit voor NS.

Het bedrijf heeft zijn marktpositie misbruikt, oordeelt de ACM op basis van onderzoek. Daaruit blijkt dat de NS zo’n laag bod deed, dat het zelf verlies zou lijden als het de aanbesteding zou winnen. Dat deed het puur om de concurrentie van vervoersbedrijven Veolia en Arriva dwars te zitten.

De ACM vindt de hoge boete gerechtvaardigd omdat goede dienstverlening in het openbaar vervoer belangrijk is voor veel reizigers. “De spoormarkt kan alleen goed functioneren als alle spelers zich aan de spelregels houden”, verklaart ACM-voorzitter Chris Fonteijn.

Voor wie het vergeten mocht zijn: de fraude in Limburg ging als volgt in zijn werk: een medewerker van NS-dochterbedrijf Qbuzz kreeg vertrouwelijke informatie toegespeeld van iemand van concurrent Veolia die voor Qbuzz zou gaan werken. Veolia was ook in de race voor de opdracht om OV in Limburg te verzorgen. Dankzij de informatie over het bod van Veolia kon NS-dochter Abellio een beter bod uitbrengen.

De NS heeft bij de aanbesteding van het regionaal openbaar vervoer in Limburg misbruik gemaakt van haar economische machtspositie setlt ACM.

De ACM beboet de NS voor twee overtredingen.

  1. De eerste overtreding is dat de NS voor de aanbesteding van het Limburgs regionaal openbaar vervoer een verlieslatend bod deed: de kosten die de NS zou maken waren hoger dan de opbrengsten die zij met het regionaal vervoer in Limburg naar verwachting zou behalen. Daardoor kregen de andere inschrijvers op de aanbesteding geen eerlijke kans: zij konden het bod van NS niet evenaren of overtreffen zonder zelf verlies te lijden, ook al zouden zij net zo efficiënt zijn als de NS.
  2. De tweede overtreding is een combinatie van samenhangende acties:
  • de NS gebruikte vertrouwelijke informatie die zij had verkregen van een ex-directeur van Veolia, de partij die het regionale Limburgse spoorvervoer verzorgde op het moment van de aanbesteding. De NS had hem via een schijnconstructie aangetrokken.
  • de NS benadeelde haar concurrenten door traag en onvolledig te reageren op hun verzoeken om toegang tot bepaalde diensten en voorzieningen op stations. De NS is eigenaar van voorzieningen op stations, zoals servicebalies  en wachtruimtes voor medewerkers. De NS moet concurrenten toegang geven tot dergelijke diensten.
  • de NS speelde vertrouwelijke informatie over Veolia en Arriva door aan haar eigen dochter Abellio. De NS hield verder bruikbare informatie over reizigersopbrengsten achter voor haar concurrenten, terwijl haar eigen dochter Abellio er wel gebruik van kon maken.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu beschouwde de Limburgse aanbesteding als pilot voor eventuele verdere decentralisaties met verschillende vervoerders op één spoor. Daarom wilde de NS koste wat het kost de aanbesteding voor het regionaal openbaar vervoer in Limburg winnen. Daarbij heeft de NS de concurrentie gedwarsboomd. De NS zou het een bedreiging vinden als twee spoorvervoerders in Limburg over hetzelfde traject zouden gaan rijden. In dat geval zou mogelijk aangetoond worden dat treinen van een regionale spoorvervoerder succesvol over hetzelfde spoor kunnen rijden met de NS-treinen van het hoofdrailnet. Dat vergroot de kans dat op den duur ook andere delen van het hoofdrailnet regionaal zullen worden aanbesteed. De provincie Limburg heeft de concessie in eerste instantie aan de NS gegund, maar trok de gunning in toen onregelmatigheden bij de aanbesteding aan het licht kwamen. Vervolgens heeft de provincie Limburg de concessie aan Arriva gegund.

De NS is het echter niet eens met het oordeel van de autoriteit en maakt bezwaar. In een reactie laat het bedrijf weten dat het bod dat NS deed niet verlieslatend was omdat “het voldeed aan de interne rendementseis”: de opbrengst die het bedrijf zélf wil halen uit een project waar het in investeert.

Bovendien hanteert de ACM een heel andere methode dan NS om te kijken wat het project op de langere termijn zou opleveren. “Op basis van hun model en de aannames in dat model, komen zij tot een andere uitkomst. Daar willen wij duidelijkheid over, want het is ook voor ons van belang voor toekomstige investeringen”, legt een NS-woordvoerder uit. Demissionair minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem steunt NS daarin. Hij wil ook meer duidelijkheid over de definitie van ‘verlieslatend bod’. Dat is van belang voor als de NS of andere staatsdeelnemingen in de toekomst weer meedoen aan aanbestedingsprocedures, meldt Dijsselbloem. ACM is, bij monde van een woordvoerster, niet onder de indruk van de bezwaren van de kant van NS en Dijsselbloem’s ministerie. Dat de ACM een andere berekening heeft gemaakt, is logisch volgens haar: “Het is allemaal op basis van een scenario dat zich niet heeft voorgedaan. Uiteindelijk kun je op papier alle businesscases rooskleurig maken.”

Daarnaast wijst ze er op dat er binnen NS bij Corporate Control ook gerede twijfels waren of het project niet te riskant was. Uit de documenten die de ACM opvroeg en openbaarde, blijkt dat dit onderdeel van de financiële afdeling van NS geen positief advies wilde geven voor de investering.

  • NS loopt met de nasleep van de Limburgse aanbesteding een fikse financiële deuk en opnieuw imagoschade op.

Een reactie plaatsen

css.php