Het OV in Utrecht loopt vast, terwijl Noord-Holland met lege bussen rijdt

Het OV in Utrecht loopt vast, terwijl Noord-Holland met lege bussen rijdt

De provincies bepalen welke bedrijven het regionale bus- en treinvervoer mogen verzorgen. Hoeveel geld mag dat kosten? Utrecht verslikte zich in de Uithoflijn, terwijl Noord-Holland naar flexibele alternatieven zoekt voor de lege bussen in de Noordkop. In de aanloop naar de provinciale verkiezingen keek De Volkskrant naar het OV in Utrecht en Noord-Holland.

Kijk, daar rijdt zowaar de Uithoflijn!  Op Utrecht CS turen drie studenten de  knalgele tram na. Helaas staat er ‘Lesrit’ op de digitale koersrol ­boven de bestuurder, in plaats van Utrecht Science Park – alias De Uithof. En dat is nog minimaal vijf maanden het geval. Niet alleen valt de Uithoftram 102 miljoen euro duurder uit, de oplevering is ook nog eens anderhalf jaar vertraagd.

Waar dat aan ligt? Een beroerde afstemming tussen de stad en de provincie Utrecht, gebrek aan ervaring met grote ov-projecten, onvolledige kostenramingen en gebrekkige informatievoorziening aan de gemeenteraad en provinciale staten, zo oordeelden de Utrechtse en de Randstedelijke Reken­kamer eind 2018 in een 166 pagina’s tellend rapport met de veelzeggende titel Samen sturen.

“Het was bestuurlijk een chaos”, zo vat Bertrick van den Dikkenberg het hoofdpijndossier handzaam samen. Het Utrechtse SGP-statenlid, tevens lijsttrekker voor de provinciale verkiezingen op 20 maart, was menig uur aan studie en spoeddebat kwijt aan het debacle, onder meer uitmondend in het vertrek van een gedeputeerde en een motie van treurnis. “Het is ongelooflijk geklungel”, stelt ook PvdA-lijsttrekker Rob van Muilekom.

De wens om de Uithoflijn aan te leggen, dateert van 2011. Politiek was daar in zowel stad als provincie Utrecht brede steun voor – er moest een oplossing komen voor de onbeheersbare passagiersstroom tussen het station en de Uithof. Iedereen die ooit op het universiteitscomplex buiten het centrum studeerde, schrikt vermoedelijk ’s nachts nog weleens wakker van de volgestouwde harmonicabussen in de spits. De prognose is dat dagelijks 34 duizend reizigers van de Uithoflijn gebruik gaan maken.

Maar zo vanzelfsprekend als het acht kilometer lange tracé er op de tekentafel uitziet, zo weerbarstig is de praktijk. Gedeputeerde Jacqueline Verbeek (VVD) moest in februari 2018 het veld ruimen vanwege de financiële tegenvallers, terwijl wethouder Lot van Hooijdonk (GroenLinks) begin dit jaar tot twee keer toe een motie van wantrouwen overleefde. Intussen weigert de accountant goedkeuring te verlenen aan de provinciale jaarrekening en is er verwarring over een betaling van 10 miljoen euro aan de aannemer. De klokkenluider die dat nieuws naar buiten bracht, zou de provincie hebben gechanteerd: voor 95 duizend euro wilde hij wel zijn mond houden.

Volgens betrokkenen ligt de bron van het onheil in de gebrekkige samenwerking tussen de provincie en de stad Utrecht. “Grote projecten lopen wel ­vaker uit de klauwen, dat wéét je”, zegt PvdA-Statenlid Van Muilekom. “Ik heb het idee dat wethouders en gedeputeerden met de rug naar elkaar toe stonden, ook op het persoonlijke vlak. Natuurlijk sluimert er in zo’n groot project altijd wel een competentiestrijd: waar bemoei je je mee?”

“De provincie had de regie moeten pakken, dat is niet gebeurd”, oordeelt Van den Dikkenberg van de SGP. “Daardoor is het gaan modderen. In de gemeente ging het in de bouwfase al mis tussen de wethouder die verantwoordelijk was voor het stationsgebied en de wethouder van de Uithoflijn.”

De gemeente- en provinciebestuurders hebben beterschap beloofd. Het verhaal van de klokkenluider doen ze af als kwaadsprekerij. Pijnlijk en zuur vinden SGP en PvdA – oppositiepartijen in zowel provinciale staten als gemeenteraad – vooral dat buurgemeenten als Zeist en De Bilt mee moeten opdraaien voor financiële tegenvallers. Geld dat ze hadden willen besteden aan nieuwe fietspaden, gaat nu alsnog naar de Uithoflijn. “Ik heb me vanaf het begin tegen die afspraak met de buurgemeenten verzet”, zegt Van den Dikkenberg. Van Muilekom vindt het vooral frustrerend voor de wethouders die nu hun plannen moeten schrappen. “Zij moeten hun gemeenteraad uitleggen dat ze met lege handen staan.”

De grote vraag is welke repercussies de problemen met de Uithoflijn de komende jaren zullen hebben. Leidt het tot koudwatervrees bij volgende provinciale ambities om de bereikbaarheid te vergroten? Dat zou kwalijk zijn, vindt de SGP-lijsttrekker. “We moeten niet klein gaan denken, niet terugschrikken.” Zijn PvdA-collega is het daarmee eens. “De regio loopt knettervast.”

Toch is de Uithoflijn nauwelijks een thema tijdens de campagne voor de provinciale verkiezingen, zegt SPG’er Van den Dikkenberg. “Zodra je erover begint in een verkiezingsdebat, beginnen de ­coalitiepartijen te piepen en te sissen. Iedereen is ook wel een beetje Uithofmoe. Het is niet iets om trots te zijn.” PvdA’er Van Muilekom brengt het zo nu en dan te berde, zegt hij met een sardonisch lachje. “Als je in de oppositie zit, dan ben je niet te beroerd om het dossier even te duiden.”

De buurtbus in de kop van Noord-Holland draait op vrijwilligers. Wat mag het openbaar vervoer kosten? “Op het platteland is de auto bijna een must.”

Hoeveel reizigers zijn er minimaal nodig voor een reguliere buslijn?

Flip Romar kan het zich niet heugen wanneer er voor het laatst een bus heeft gereden in Breezand, het dorp in de dunbevolkte kop van Noord-Holland waar hij woont. “Hier is de auto bijna een must”, zegt de 71-jarige. “Als ik op de fiets naar de dokter zou moeten, ben ik snel drie kwartier onderweg. Dat heb je met die kleine dorpjes op het platteland, hè?”

Om anderen te helpen, is hij een tot twee middagen per week vrijwilliger op buslijn 416. De route voert van station Schagen via Zijpe, Oudesluis, Anna Paulowna, Wieringerwaard, Slootdorp en Wieringerwerf naar eindhalte Zuiderkwelweg in Kreileroord – een handvol boerderijen tegen het IJsselmeer aan.

“Ik heb vaak dezelfde passagiers: scholieren, ouderen, dat maakt het gezellig”, zegt Flip Romar, die de route in een krap uurtje aflegt. “De ene keer heb ik twee of drie passagiers, de andere keer zit het busje vol.” Vol, dat zijn acht personen.

De provincie Noord-Holland en busmaatschappij Connexxion zijn blij met vrijwilligers als Flip Romar. Ze scholen de chauffeurs en doen het onderhoud van de buurtbusjes, waar je gewoon met ov-chipkaart kunt inchecken.

Het zijn de provincies die bepalen welke bedrijven het regionale bus- en treinvervoer mogen verzorgen. Elke vijf tot tien jaar wordt het ov aanbesteed. En zeker in dunbevolkte regio’s leidt dat steevast tot heisa. Hoeveel reizigers zijn er minimaal nodig om een buslijn te ­behouden? Is een belbus ook goed? Mogen vrijwilligers ‘dunne lijnen’ overnemen? Hoeveel mag het openbaar vervoer überhaupt kosten?

Afgelopen zomer werd het ‘concessiegebied’ Noord-Holland Noord gegund aan Connexxion. Het leidde in de regionale pers tot klachten over opgeheven buslijnen – al zijn er ook reizigers tevreden met de hogere aantal bussen rond Alkmaar en Hoorn.

En dus discussiëren provinciale lijsttrekkers in de campagne over maatwerk en innovaties, over belbussen en flexibele routes, over regiotaxi’s en buurtbussen. De SP ziet er geen heil in. De partij wil in Noord-Holland (en elders) zo veel mogelijk geschrapte buslijnen en opgeheven bushaltes terug: meer aanbod zou leiden tot meer vraag.

Dat is niet zo, reageert Elisabeth Post (VVD), als gedeputeerde de afgelopen vier jaar verantwoordelijk voor mobiliteit. “Dat hebben we in Noord-Holland Noord geprobeerd vanaf 2008. De provincie had strikte eisen gesteld aan de routes en frequenties van buslijnen. Die eisen waren destijds niet gebaseerd op het aantal reizigers, maar op het aantal adressen in steden of dorpskernen.” Het ‘ongewenste gevolg’, aldus Post: er reden veel bussen met een zeer lage ­gemiddelde bezetting. ‘Op sommige momenten reden ze zelfs helemaal leeg rond.’ Je kunt volgens haar de vraag naar openbaar vervoer alleen maar stimuleren met snelle routes richting zware ov-knooppunten. En dat is lang niet overal mogelijk.

Noord-Holland geeft dit jaar 47,8 miljoen euro uit aan openbaar vervoer in de drie concessiegebieden Haarlem/

IJmond, Gooi- en Vechtstreek en Noord-Holland Noord (de stadsregio Amsterdam besteedt daarnaast zelf twee gebieden aan). Dat budget is 44 procent van de totale ov-exploitatie, aldus gedeputeerde Post. Met andere woorden: op elke 56 cent die reizigers betalen, legt de provincie 44 cent toe.

Flexibiliteit is daarom het sleutelwoord, maar het kan nog veel slimmer, zegt Piet Heneweer. De man die het meest is begaan met het openbaar vervoer in de Kop van Noord-Holland werkt niet op het provinciehuis in Haarlem en ook niet bij vervoersbedrijf Connexxion. Hij is 80 jaar en woont in Nieuwe Niedorp (gemeente Hollands Kroon). Heneweer zette in 1997 de 60-plusbus op en vervolgens twee buurtbuslijnen.

Lees verder:

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/waar-het-ov-in-utrecht-vastloopt-rijdt-noord-holland-met-lege-bussen~bc9ea63f/?utm_source=VK&utm_medium=email&utm_campaign=20190314%7Clunch&utm_content=Waar+het+ov+in+Utrecht+vastloopt%2C+rijdt+Noord-Holland+met+lege+bussen&utm_term=83193&utm_userid=&ctm_ctid=635af5d31bcb98343d7adcd8f0c3cf24&ctm_ctid=635af5d31bcb98343d7adcd8f0c3cf24

  • Het OV in Utrecht loopt vast, terwijl Noord-Holland met lege bussen rijdt.

Een reactie plaatsen

css.php