Bolt-CEO Markus Villig hekelt Europese regelgeving en de invloed van de traditionele taxilobby daarop
De strijd tussen traditionele taxibedrijven en platformen als Uber en Bolt is al jaren grimmig. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de platformen vaak menen dat de taxiwetgeving geen betrekking heeft op hun dienstverlening. In een scherp en openhartig interview met de Duitse krant Die Welt gooit Markus Villig, de oprichter en CEO van Bolt, flink olie op het vuur. Hij beschuldigt Europese overheden van protectionisme en stelt dat de constante stroom aan nieuwe regels innovatie onmogelijk maakt.
De 30-jarige Est Markus Villig, die met Bolt een miljardenbedrijf uit de grond stampte, is bepaald geen man van diplomatieke woorden. Hij zegt met lede ogen aan te zien hoe de Europese mobiliteitsmarkt wordt verstikt door regelgeving, die hij toeschrijft aan de taxisector. In het interview laat Villig zijn frustraties de vrije loop. Zijn grootste ergernis? De manier waarop de politiek in Brussel en de nationale hoofdsteden buigen voor de traditionele taxilobby.
Taxichauffeurs en taxibedrijven in heel Europa zien hun inkomsten verdampen door de concurrentie van goedkopere platforms en eisen bescherming tegen hun Wilde Westen-praktijken. In diverse landen – met name in Duitsland -wordt daarom gesproken over minimumprijzen voor ritten via apps, om zo het speelveld gelijk te trekken.
Villig vindt het maar onbegrijpelijk. Elk jaar verzinnen ze weer nieuwe onzin, zegt hij fel. Volgens hem heeft dit beleid niets te maken met consumenten-belang, maar alles met het kunstmatig in leven houden van een verouderde sector – die zich aan een heleboel regels moet houden.
Villig stelt dat het vastleggen van prijzen en het blokkeren van concurrentie compleet achterhaald is. Het is volgens hem een schoolvoorbeeld van hoe Europa zichzelf economisch buitenspel zet. Vrije markten zorgen voor innovatie en lagere prijzen. In plaats daarvan proberen overheden de klok terug te draaien en de status quo te bevriezen. Hij wijst op de enorme verschillen binnen Europa en vergelijkt steden als Londen, waar de markt relatief vrij is en honderdduizenden chauffeurs actief zijn, met andere hoofdsteden, waar strenge regels gelden, en het aanbod minimaal is.
Het resultaat is dat miljoenen Europeanen geen toegang hebben tot betaalbaar vervoer. Maar er is ook een sociaal aspect: duizenden potentiële chauffeurs, vaak mensen met een migratieachtergrond of zonder diploma’s (en ook vaak in de taxisector actief), zitten werkloos thuis omdat ze niet aan de slag mogen. Als de regels anders waren, zouden we honderden miljoenen extra investeren in Europa. Nu wordt dat onmogelijk gemaakt, aldus Villig.
De Bolt-topman begrijpt dat taxichauffeurs voor hun baan vechten, maar vindt dat politici naar het grotere plaatje moeten kijken. Waarom zou je beleid maken voor een kleine, luidruchtige belangenvereniging in plaats van voor het welzijn van de hele maatschappij? Als de traditionele taxi uitsterft omdat er een beter en goedkoper alternatief is, dan is dat volgens hem geen probleem, maar vooruitgang. Over de weinig sociale instelling van platformen als Uber en Bolt, die vaak met schijnzelfstandigen werken, rept hij niet.
Villig ziet een patroon van langzame verstikking. Er is niet één specifieke Europese wet die de markt kapotmaakt, zegt hij, maar een eindeloze opstapeling van kleine regeltjes, formulieren en eisen die nageleefd moeten worden. Voor een groot bedrijf als Bolt is dat lastig, maar te overzien. Voor een startup is het dodelijk.
Dit verklaart volgens hem ook waarom Europa al dertig jaar geen enkel techbedrijf van wereldformaat heeft voortgebracht. De beste talenten en het kapitaal vluchten naar de VS, waar innovatie wel wordt omarmd. Zijn boodschap aan de Europese beleidsmakers is helder: stop met het beschermen van het verleden en kap met de regeldruk, anders heeft de Europese economie geen toekomst.
- Bolt-CEO Markus Villig hekelt Europese regelgeving en de invloed van de traditionele taxilobby daarop. Foto Bolt.

