Meer flexritten leveren in Limburg geen structureel goed vervoer in de landelijke gebieden op
In 2025 werden in Limburg meer dan 267.000 flexritten uitgevoerd, goed voor 342.000 passagiers. Een stijging van zo’n 18 procent tegenover 2024. Limburg is dus een goede gebruiker van het flexvervoer, al blijft het gebrek aan regulier openbaar vervoer in de provincie. Vlaams Parlementslid An Christiaens (CD&V) vroeg de cijfers op bij Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA). Zij wil – de nieuwe doctrine- vooral investeren in de zware lijnen van De Lijn.
En wat blijkt? Vorig jaar reden de flexbusjes van De Lijn in heel Vlaanderen bijna 17,5 miljoen kilometer. In Limburg – dat veruit de grootste vervoerregio is, omdat die volledig samenvalt met de provincie – werd met 4.976.411 kilometer de grootste afstand afgelegd met het flexvervoer. Opvallend: ongeveer de helft van die kilometers, 2.507.022 kilometer om precies te zijn, werd gereden zonder passagiers aan boord.
Niet alleen werden er in Limburg veel kilometers gereden met het flexvervoer, er kwamen ook veel aanvragen binnen. In 2025 ging het om 458.000 boekingen, waarvan er uiteindelijk 267.345 ritten ook effectief werden gereden. Dat is een stijging van 18,2 procent ten opzichte van 2024. Die uitgevoerde flexritten waren goed voor 342.343 vervoerde passagiers en ook dat is een stijging van 17,9 procent. Vorig jaar werden er 176.018 boekingen door de passagiers zelf tijdig geannuleerd, terwijl er in 14.494 keren sprake was van een ‘no show’, iemand die niet kwam opdagen voor zijn rit. De gemiddelde bezetting ligt rond de 1,58 passagiers per busje.
Maar er is ook, aldus het Belang van Limburg, een deel van de boekingen dat niet uitgevoerd kon worden door weigeringen van De Lijn zelf. Die weigeringen zijn het gevolg van capaciteitstekort bij de vervoersmaatschappij. Er is dan gewoonweg geen busje beschikbaar om de rit uit te voeren. Waar een bestelde flexbus in 2024 in 8 tot 10 procent van de gevallen werd geweigerd, liep dat percentage in het voorjaar van 2025 op tot zo’n 11 tot 12 procent. Sinds september 2025 zit er wel een positieve evolutie in, want het aantal weigeringen is gedaald tot 7,40 procent in december.
Waarom de fikse toename van het aantal flexritten? Dat heeft een aantal redenen. De uren waarop de busjes rijden werden uitgebreid en er wordt strikter gecontroleerd op correct gebruik. Want het is de bedoeling dat een flexbus mensen in eerste instantie naar een andere halte brengt, waar men kan overstappen op het reguliere openbaar vervoer. Flexritten zonder overstap zijn voorbehouden voor minder mobiele reizigers.
Maar er is ook een strenger beleid tegen ‘no shows’ en kunnen mensen die niet komen opdagen een sanctie krijgen, zoals een tijdelijke schorsing van het flexvervoer. Voor Limburg specifiek zijn er twee flexbussen bijgekomen, waardoor de vloot in totaal 37 busjes telt, en werd de provincie in vijf deelgebieden opgedeeld. “Daardoor leggen de busjes kortere ritten, zowel in duur als afstand, af en komen ze sneller vrij om andere reizigers te vervoeren”, duidt Jens Van Herp, woordvoerder van De Lijn, in de krant.
Toch valt het op dat het flexvervoer vooral goed gebruikt wordt in landelijke gebieden. Dat schrijft De Ridder ook in het antwoord op de schriftelijke vraag van Christiaens. “Qua gebruik van flexvervoer zien we vooral in de grotere landelijke regio’s een groot succes. Het gaat hier over de flexgebieden Brugge, Gent (West), Hageland (vervoerregio Leuven), Limburg, Vlaamse Ardennen en Westhoek. Daar halen we hoge reizigersaantallen, hogere bezettingen en scoren we ook het best qua efficiëntie.”
De minister geeft er graag een positieve draai aan, maar de stijgende cijfers tonen tegelijk de inefficiëntie van het reguliere openbaar vervoer in landelijke gebieden. Daarvoor waarschuwt ook An Christiaens nadrukkelijk. “Het flexvervoer wordt te vaak ingezet op een manier waarvoor het nooit bedoeld was. Het is een oplossing voor de laatste kilometers, geen structurele vervanging van degelijk openbaar vervoer, om blinde vlekken op te vullen. Ook in landelijke gebieden hebben mensen recht op goed werkend openbaar vervoer.” Daarom pleit CD&V ervoor om bij de discussie over de extra besparing van 35,5 miljoen euro bij De Lijn ook ruimte te geven aan de vervoerregio’s om de reguliere buslijnen opnieuw te bekijken.
- Meer flexritten leveren in Limburg geen structureel goed vervoer in de landelijke gebieden op. Redactiefoto.

