De ACM publiceert prestatievergelijking OV 2025: Verschillen groter bij kostenefficiëntie
De verschillen tussen de drie bedrijven zijn groter wanneer naar de kostenefficiëntie wordt gekeken. De RET en het GVB hebben met respectievelijk 38,2% en 35,7% relatief hoge indirecte kosten. HTM heeft met 29,7% een kleiner aandeel indirecte kosten. Een groter deel van de kosten wordt dus besteed aan het daadwerkelijk laten rijden van het vervoer. Dit verschil is onder andere verklaarbaar door de aanwezigheid van een metronetwerk in Rotterdam en Amsterdam. Deze netwerken gaan gepaard met meer indirecte kosten ten opzichte van directe kosten.
De Monitor Prestatievergelijking van de ACM geeft ook inzicht in de kosten van het openbaar vervoer in de drie steden. In Rotterdam kost het vervoer met € 0,31 per reiziger per kilometer het minst, gevolgd door Amsterdam met € 0,37 per reizigerskilometer. In Den Haag kost het gemiddeld € 0,48 per reiziger per kilometer. Ook hier speelt de beschikbaarheid van de metro in Rotterdam en Amsterdam een rol, want de kosten hiervan zijn per reizigerskilometer het laagst.
• De ACM publiceert prestatievergelijking OV 2025: Verschillen groter bij kostenefficiëntie. In Den Haag kost het gemiddeld € 0,48 per reiziger per kilometer. Foto HTM.

