Gerechtshof Amsterdam: ‘Uber-chauffeurs in Nederland zijn geen werknemers’
Het Gerechtshof in Amsterdam heeft de vorderingen van de FNV in hoger beroep dat alle Uber-chauffeurs of chauffeursgroepen als werknemers beschouwd zouden moeten worden, afgewezen.
Met deze uitspraak verliest de FNV de langlopende rechtszaak die het in 2020 tegen Uber had aangespannen. Volgens de vakbond zijn Uber-chauffeurs werknemers en moet Uber hen betalen volgens de Taxi-CAO. In 2021 oordeelde de Rechtbank Amsterdam in het voordeel van de FNV en classificeerde Uber-chauffeurs als werknemers, maar Uber ging in hoger beroep. Het hof van beroep heeft nu in het voordeel van Uber beslist.
De FNV, voor wie deze uitspraak een flinke klap is, is teleurgesteld over de uitspraak, maar ziet dit zeker niet als het einde van de strijd. De FNV had verwacht dat de rechtbank in ieder geval chauffeurs die exclusief voor Uber werken als werknemers zou erkennen. De vakbond blijft ervan overtuigd dat Uber-chauffeurs werknemers zijn en recht hebben op bescherming. Amrit Sewgobind, directeur van FNV Flex, verklaarde: “Dit is geen ‘nee’ voor de chauffeurs, maar eerder een juridisch obstakel. De rechter zegt niet dat alle chauffeurs zelfstandig ondernemer zijn. Dit onderscheid is cruciaal.”
Op het Noord-Europese hoofdkantoor van Uber aan de Amsterdamse Ring sprak Maurits Schönfeld, directeur Noord-Europa, zijn tevredenheid uit: “Deze uitspraak is een enorm succes voor de chauffeurs en bevestigt dat zij ondernemers zijn. Het hof van beroep heeft ondubbelzinnig duidelijk gemaakt: je kunt niet alle chauffeurs gelijk behandelen, zoals de FNV probeerde te doen.”
In dit langdurige hoger beroep heeft de Hoge Raad in 2023 prejudiciële, voorafgaande, vragen voorgelegd aan de Hoge Raad. Deze vragen betroffen de betekenis van zelfstandig ondernemerschap voor de classificatie van een arbeidsrelatie en de procedure voor het bepalen van deze classificatie voor een groep werknemers.
De Hoge Raad antwoordde dat het niet de bedoeling was om voorrang te geven aan de relevante omstandigheden die in de Deliveroo-uitspraak werden genoemd, waarin de FNV in het gelijk werd gesteld. De bezorgers van Deliveroo werden in die uitspraak als werknemers aangemerkt. Dit gold ook voor de kwestie van zelfstandig ondernemerschap, en het was mogelijk dat de arbeidsrelatie van een werknemer anders werd geclassificeerd dan die van andere werknemers die hetzelfde werk verrichten.
Volgens het Hooggerechtshof kon de rechter geen algemene beoordeling van de classificatie maken als de individuele omstandigheden van de (groepen werknemers) te veel verschilden. Wanneer een beoordeling voor specifieke groepen werknemers mogelijk was, kon de rechter hiermee rekening houden in zijn uitspraak.
De rechter oordeelde dat de zes chauffeurs die namens Uber in hoger beroep waren gegaan, zelfstandigen waren en geen werknemers. Relevante factoren in deze beslissing waren onder meer de hoogte van de investeringen die de chauffeurs hadden gedaan (bijvoorbeeld de investeringen in hun voertuigen), hun vrijheid om hun werktijden te kiezen, hun strategie voor het accepteren of weigeren van ritten en het daarmee samenhangende inkomen, evenals de aansprakelijkheids- en arbeidsongeschiktheidsrisico’s.
De rechtbank heeft ook overwogen dat het mogelijk is dat individuele Uber-chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben. In de onderhavige zaak kon de rechtbank dit echter niet vaststellen, noch voor individuele chauffeurs, noch voor groepen chauffeurs. De vorderingen van de FNV zijn daarom afgewezen.
Omdat de rechtszaak als een collectieve actie was aangespannen, heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen algemeen oordeel kan worden geveld over de status van alle chauffeurs. Volgens de FNV beschermt de uitspraak van de rechtbank de collectieve belangen van de chauffeurs onvoldoende. Dit betekent in feite dat Uber chauffeurs kan blijven inzetten die zich voordoen als zelfstandigen, maar in feite schijnzelfstandigen zijn. Dit ondermijnt het sociale zekerheidsstelsel en leidt tot oneerlijke concurrentie. De handhaving van de regels van Uber valt nu ook onder de verantwoordelijkheid van de belastingdienst.
Vakbonden moeten de toepasselijke wetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen handhaven voor alle werknemers en hun leden, ook op collectief niveau. De FNV overweegt daarom in beroep te gaan tegen de uitspraak. Een beroep bij de Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie in Nederland, blijft mogelijk. Daarnaast onderzoekt de FNV de mogelijkheid om juridische stappen te ondernemen tegen individuele chauffeurs. “De strijd is nog niet gestreden.”
- Gerechtshof Amsterdam: Uber-chauffeurs in Nederland zijn geen werknemers. Foto: Uber.
- Amrit Sewgobind (FNV): “De rechter zegt niet dat alle chauffeurs zelfstandig ondernemer zijn. Dit onderscheid is cruciaal. De strijd is nog niet gestreden.” Redactiefoto.











