Het regionale busvervoer komt steeds vaker negatief in het nieuws
Het regionale busvervoer is in gevaar, schreef de regionale krant De Stentor. Die waarschuwing – vooral voor Gelderland, Overijssel en Flevoland – kwam vlak voor de zomervakantie. Busbedrijf EBS moet er geld op de exploitatie toeleggen en trok aan de noodrem. Veel OV-bedrijven beaamden onmiddellijk de financiële zorgen van collega EBS, vooral vanwege de dramatisdhe terugloop van reizigersaantallen tijdens en na corona. Vele andere regionale nieuwsmedia luiden inmiddels ook al de noodklok.
Zo’n 4 jaar geleden klonk een heel ander geluid. De provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland kondigden toen trots in de megaconcessie IJssel-Vecht (meerdere regio’s in de drie provincies) de samenwerking met EBS aan: ‘duurzaam en aantrekkelijk openbaar vervoer’ werd beloofd. Dit van oorsprong Israëlische bedrijf zou bestaande lijnen overeind houden, voor nieuwe busverbindingen zorgen en een kortere zomerdienst hanteren.
EBS zou onder de naam RRReis garant staan voor een ‘excellente dienstverlening’ en die ook nog eens duurzaam uitvoeren met elektrische bussen. Prijskaartje? Zo’n 80 miljoen euro per jaar. In die vier jaar kreeg EBS te maken met een erfenis van de vorige concessiehouder, Keolis, waarvan het Chinese ‘pechbussen’ van BYD (eigendom van de samenwerkende provincies) overnam. De busbediening rammelde, vooral als gevolg van een voortdurend chauffeurstekort. De provincies beboetten EBS met vier miljoen euro voor de uiteenlopende problemen.
In de aanbesteding van 2019 – gewonnen door Keolis – stond ‘duurzaamheid’ (zero-emissie) centraal. Het OV-bedrijf schafte bij BYD 200 elektrische bussen aan, waarvan vele technische mankementen vertoonden. Al snel bleek dat er was gesjoemeld bij de aanbesteding, de provincies trokken de gunning in en de hele aanbesteding werd overgedaan met als uitkomst dat in 2022 EBS concurrenten Keolis en Qbuzz versloeg en de nieuwe vervoerder werd. Dit gebeurde tijdens de grootste crisis die het OV ooit had meegemaakt: corona – een extra handicap. Tijdens de coronajaren zakten de reizigersaantallen dramatisch in en zijn nog niet op het niveau van 2019.
“Voor corona was alles een stuk overzichtelijker. Niemand wist hoe de wereld er daarna uit zou zien”, zegt Wijnand Veeneman (hoogleraar governance op gebied van infrastructuur en mobiliteit, TU Delft) in De Stentor. Veeneman zegt dat bedrijven en overheden geen goede inschatting konden maken van de situatie na corona. “Het bleek een andere wereld dan we hadden verwacht. Daar is het contract tussen de provincies en EBS niet op ingericht.”
Het ontbreekt volgens Veeneman aan flexibiliteit. “Bij nieuwe concessies zit dat ingebouwd. Heb je bijvoorbeeld 3 procent minder reizigers dan verwacht, dan springt de overheid bij met subsidie. Omgekeerd moet je een deel van de winst afstaan bij meer dan 3 procent groei.”
Manu Lageirse, ceo bij OV-bedrijf Transdev en voorzitter van de branchevereniging voor mobiliteitsbedrijven, ziet dat veel lopende contracten niet aansluiten bij de huidige tijd. “De reizigersaantallen zitten nog op het niveau van 2019. Ze zouden 20 procent hoger moeten liggen.”
EBS wijt de financiële malaise aan de gevolgen van de geopolitieke situatie, inflatie, energieprijzen en arbeidsmarktkrapte. Ook de energietransitie leidt volgens de vervoerder tot aanzienlijk hogere kosten.
- Het regionale busvervoer komt steeds vaker negatief in het nieuws. Redactiefoto.

