Blik over de oostgrens: Waarom het Duitslandticket alleen kan werken met een betrouwbare dienstverlening
Nu Nederland deze zomer van 21 juni tot 1 september een zwakke kopie krijgt van het Deutschlandticket (D-Ticket, bedoeld voor al het regionale OV) door het omvormen van het NS Flex Dal Vrij abonnement van € 127,95 per maand voor € 49,00 per maand in een landelijk treinreisabonnement voor de daluren, is het interessant te lezen hoe het met het grote voorbeeld, het D-Ticket is gesteld. Ulf Middelberg, voorzitter van de commissie Economische Zaken (AfW) van de Vereniging van Duitse Vervoersbedrijven (VDV), pleit in een column in het vakblad Nahverkehrspraxis voor een nieuwe aanpak:
Drie jaar na de introductie van het Duitslandticket staat het openbaar vervoer voor een dubbele uitdaging: het landelijke abonnement heeft de toegang tot bussen en treinen aanzienlijk vereenvoudigd. Tegelijkertijd maken de stijgende operationele kosten voor materieel, personeel en, sinds kort, dieselbrandstof het steeds moeilijker om een stabiele en uitbreidbare openbaarvervoersdienst te handhaven. Het Duitslandticket zelf staat niet ter discussie, maar wel de financiering en de dienstverlening die nodig zijn voor het succes ervan. De recente tariefhervorming is vooruitgang, maar vereist wel een betrouwbare financiering van de kosten. Dit wordt onderstreept door twee brancheonderzoeken van de VDV, waaraan elk meer dan 100 vervoersbedrijven en vervoersverenigingen hebben deelgenomen.
Met het Duitslandticket werd een eenvoudige, landelijke toegangsbelofte gecreëerd: digitaal, maandelijks beschikbaar en gekoppeld aan merkbare besparingen voor veel reizigers. Voor vervoersbedrijven en -verenigingen betekent dit ook een structurele verandering in inkomsten, compensatie-mechanismen, verkoop, controle en tariefbeleid. De belangrijkste conclusie na drie jaar is: zonder een goed aanbod aan vervoersdiensten kan zelfs het beste ticket op de lange termijn niet succesvol zijn. De belangrijkste factor voor het verhogen van het aantal passagiers blijft de kwaliteit en de dichtheid van de dienstverlening.
Uit het VDV-onderzoek naar het D-Ticket blijkt dat de sector nog steeds marktkansen ziet. Ongeveer 70 procent van de ondervraagde bedrijven en verenigingen ziet het grootste groeipotentieel in het D-Ticket. Ongeveer 55 procent zou graag een Duitslandticket voor stagiairs zien en ongeveer 52 procent voor scholieren. Een landelijk gestandaardiseerd sociaal ticket wordt gesteund door ongeveer 32 procent van de ondervraagden. Aanvullende producten moeten echter alleen worden overwogen als ze potentieel ontsluiten zonder de complexiteit van het systeem verder te vergroten.
Een voorwaarde voor het succes op lange termijn van het D-Ticket is een betrouwbare, dynamische en transparante financiering. De door de deelstaatministeries van vervoer overeengekomen prijsindex, die in 2027 voor het eerst wordt toegepast, is daarom een belangrijke stap. Iedereen die pleit voor opschorting van de index zonder het financieringsgat te dichten, brengt het succes van het ticket in gevaar, ten nadele van de sector. Het D-Ticket blijft in ieder geval tot 2030 van kracht. Juist daarom moeten de financiering en de prijsaanpassingen betrouwbaar blijven.
- Waarom het Duitslandticket alleen kan werken met een betrouwbare dienstverlening. Foto VDV.

